
Je partner: “Heb jij de kliko al op straat gezet?"
Jij: “Nee, weet je waar ik allemaal mee bezig was? Ik heb de kinderen weggebracht, boodschappen gedaan en jouw moeder belde net.”
Je partner: “Oké, het was maar een vraag.”
Je partner: “Wat wil je eten vanavond?”
Jij: “O, tuurlijk, moet ík dat weer zeggen? Kun je dat niet zelf bedenken?”
Je partner: “Jeetje, wat doe je kattig!”
Bekende voorbeelden waarschijnlijk. Als je je snel aangevallen voelt, kan een simpele, huishoudelijke vraag al als kritiek binnenkomen . Je schiet direct in de verdediging of valt de ander terug aan.
Soms gaat het nog iets verder. Er is dan geen expliciete vraag aan je, maar iemand deelt iets met je. Bijvoorbeeld: je zus vertelt dat ze haar verjaardag groots wil vieren met alle vrienden en familie erbij. Voordat je reageert, schiet er door je hoofd dat je dan net een vakantie gepland hebt; zo'n vakantie die je jezelf normaal nooit gunt. Maar je bent er nu echt aan toe. Ook dan gebeurt er iets. Je reageert: “Waarom moet je per se je verjaardag zo groots vieren? Normaal vier je het nooit! Is het niet veel leuker als wij een avondje prikken om het samen te vieren, gezellig samen eten?” Als je zus bij haar idee blijft, ga je door: “Trouwens, als ik facetime, ben ik er ook bij! Gelukkig zien we elkaar normaal wekelijks. Zo erg is het niet als ik er een keertje niet bij ben. Je bent nota bene druk met al je gasten.”
Oftewel, iets triggert je, je voelt je aangevallen, schiet in de tegenaanval en ratelt daarna door als een waterval van verdedigingsargumenten en oplossingen.
Je snel aangevallen voelen begint vaak bij een trigger. Daarom is het interessant om eerst te weten wat een trigger nou eigenlijk is. Elk moment dat harder binnenkomt dan het objectief gezien verdient, kun je als trigger beschouwen. Een kliko-vraag is feitelijk gezien nuttig om te weten of er nog iets met de kliko moet gebeuren of niet. Maar als het voor jou op zo'n moment voelt alsof je gecontroleerd wordt, is het een trigger. Of misschien voelt het alsof je beschuldigd wordt iets niet gedaan te hebben. Of… Ga zo maar door.
De psychologie leert ons dat we bij een trigger in onze reflexen schieten. Zo'n reflex gaat dus niet zozeer over het moment zelf. Het komt van ver. Stel: je moeder was altijd in de actiemodus, stond zichzelf niet toe om even te zitten en herinnerde ook jou regelmatig aan nog-niet-gedane actiepunten. Je hebt zo geleerd dat een vraag over een niet-uitgevoerde taak altijd samenhangt met tekortschieten. Kun je zien hoe dit doorwerkt in vandaag? Een 'les' uit het verleden wordt dé vertaling van vandaag. Omdat je die zo goed kent. Onbewust krijgt die les een steeds grotere invloed. Het is op een gegeven moment de enige vertaling die je nog kent. Maar niet per se meer in lijn met de realiteit in het nu. Een trigger is dus eigenlijk niks anders dan een moment waarin jij alleen die eenzijdige vertaling ziet. In het kwadraat, opgeteld van toen tot en met nu. Dat raakt je.
De 'les' uit het verleden is de multiplier van de trigger. Maar er is nog iets anders wat iets een trigger maakt voor jou, terwijl een ander rustig aan z'n thee nipt. Jouw drijfveren! Stel dat je aangestuurd wordt door de drijfveren van enneagramnummer 7, dan is 'vrijheid' jouw comfortzone en geeft 'beperking' jouw weerstand. Lessen uit het verleden zag je door deze lens en kregen zo voor jou deze betekenis. Als jouw moeder je altijd op nog-niet-gedane actiepunten wees, voelde dat als beperking van jouw vrijheid. In het nu geef je andermans vragen over actielijstjes dan ook vaak automatisch deze betekenis. “Heb jij de kliko al op straat gezet?” is dan voor jou logischerwijs een aanval op je vrijheid.
Stel dat je een broer hebt met de drijfveren van enneagramnummer 5. Dan is zijn comfortzone 'onafhankelijkheid' en zal hij wellicht de to-do-vragen van zo'n moeder lezen als iets feitelijks. Als in: ze wil gewoon feitelijk weten hoe het zit met de kliko. Geen trigger. Het voelt niet als aanval. Hij schiet niet in de verdediging.

De les uit het verleden en jouw drijfveren vormen samen de basis. Daaruit groeit een patroon. Een vaste route die je zo vaak hebt gelopen dat je hem blind kent. En in dat patroon vind je jouw verdediging.
Elke keer als je je aangevallen voelt, grijp je naar dezelfde manier om jezelf te beschermen. Dat gaat razendsnel. Je partner heeft de vraag over de kliko nog maar net gesteld, en jij bent al bezig met je lijstje: kinderen weggebracht, boodschappen gedaan, schoonmoeder aan de telefoon. Je bewijst dat je niet tekortschiet. Terwijl niemand dat beweerde.
De een gaat rationaliseren. Kijk nog eens naar het voorbeeld van de zus. Je legt uit waarom een groot feest eigenlijk helemaal niet nodig is, bedenkt een gezelliger alternatief en hebt voor elk bezwaar een oplossing klaar. Facetimen. Elkaar wekelijks zien. Zij heeft het toch druk genoeg met haar gasten. Het klinkt allemaal heel redelijk. Ondertussen blijft onder tafel dat je die vakantie gewoon hard nodig hebt, en dat je bang bent dat je er toch weer vanaf ziet. Voor iemand met de drijfveren van nummer 7 is dit een bekende route. Zolang er een positieve draai te vinden is, hoef je de beperking niet te voelen.
De ander trekt zich terug. Je broer met nummer 5 blijft misschien rustig bij de kliko, maar vraag hem op een druk moment om zijn tijd of aandacht en hij verdwijnt in zijn hoofd. Hij wordt stil, zegt dat hij er even over na moet denken en is in gedachten al vertrokken voordat het gesprek echt begonnen is.
Weer een ander zet de hakken in het zand, gaat harder praten of zegt juist: “Prima, doe maar wat jij wilt,” en zakt weg op de bank tot het vanzelf overwaait.
Hoe verschillend ook, het doel is steeds hetzelfde: jezelf beschermen tegen het gevoel van die oude les. Tekortschieten. Beperkt worden. Niet gezien worden. Het werkt ook, heel even. Alleen krijgt de ander vooral jouw verdediging te zien en reageert daarop. Je partner vindt je kattig. Je zus voelt zich niet gehoord, terwijl ze jou gewoon graag op haar feest wil. En zo ontstaat er ruis, over iets wat begon als een vraag over de kliko.
Als je vaak het gevoel hebt dat mensen je aanvallen of bekritiseren, is de trigger meestal sneller dan jij. Daarom begint het bij herkennen. Wat gebeurt er in je lijf als de kliko-vraag binnenkomt? Merk je dat je stem scherper wordt, of dat je al aan het opsommen bent? Dat is het moment. Adem even. En vraag jezelf af: wat hoor ik hier eigenlijk? Zou mijn broer hetzelfde horen? Grote kans dat je de oude vertaling gebruikt, en dat de vraag gewoon een vraag was.
Daarna kun je iets anders zeggen. “Nee, nog niet. Ik had het vandaag nogal druk, wil jij het doen?” Of tegen je zus: “Wat leuk dat je het groots wilt vieren. Ik baal ervan, want ik heb net een vakantie geboekt waar ik echt aan toe ben.” Dat voelt kwetsbaarder dan een waterval van argumenten. Maar het is voor de ander een stuk duidelijker. En je zus weet ineens waar het over gaat. Jullie empathie groeit!
Voel jij je snel aangevallen en wil je begrijpen waarom? Ontdek dan welke drijfveren jouw triggers kleuren. Doe de gratis drijfverentest. Dan zie je waarom jij al in de tegenaanval zit, terwijl een ander nog rustig blijft.
.jpg)
Erica is drijfverencoach, auteur en oprichter van The Nine. Sinds 2020 hielp ze al meer dan 500 mensen ontdekken wat hen écht drijft. Met haar positieve en toegankelijke kijk op het enneagram maakt ze complexe kennis simpel, zodat je jezelf én de mensen om je heen beter begrijpt.