.png)
Het is dinsdagavond, half acht. De kinderen zitten aan tafel. Jij ruimt de vaatwasser in en hoort je dochter zeggen: "O ja, morgen moet ik een zelfgemaakt vlaggetje meenemen voor het afscheid van juf Lilly. A4-formaat, van stof, met m'n naam erop."
Je kijkt naar je partner. Je partner kijkt naar de mail op z'n mobiel. Er hangt een stilte waarin jullie allebei denken: hoe krijgen we dit geregeld? Maar één van jullie, laten we eerlijk zijn, we weten allebei wie, zucht en reageert: "Oké, ik zoek een stukje stof, pak jij nu de stiften."
Welkom in de ren-je-rot-jaren. Waar je dacht dat het makkelijker werd toen ze uit de luiers groeiden, blijkt het leven gewoon een andere vorm van chaos te zijn. Eentje met meerdere agenda's, gymtassen, verjaardagkalenders, speeldates en de vraag: "Mama, zijn m'n voetbalkleren gewassen?" terwijl jullie al op de fiets hadden moeten zitten.
De onzichtbare excellijst
Sommige mensen hebben een excellijst in hun hoofd, compleet met notificaties en kleurcoderingen. Die weten dat woensdag gymdag is (gymtas mee!), donderdag zwemles (handdoek en zwembroek in de tas), vrijdag knutseldag (wc-rollen verzamelen), en o ja, volgende week dinsdag is meester Tom jarig dus vergeet niet aan te melden voor het collectieve cadeau dat nog gekocht moet worden.
En dan is er de ander. Die weet dat de kinderen naar school gaan. En dat er… soms… dingen mee moeten. Maar wat precies? En wanneer? "Zeg het maar, dan regel ik het." En dat is het punt. Het klinkt behulpzaam. Maar het betekent dat jij nog steeds degene bent die het bijhoudt, onthoudt, managet. Jij bent niet de ouder. Je bent de directeur van Gezin B.V.
Jij roept elke ochtend: "Tas gepakt? Gymspullen erbij? Broodtrommel?" Ondertussen staat je partner koffie te zetten en vraagt: "Is er nog iets waar ik op moet letten?" Ja. Alles. Maar je zegt: "Nee hoor, geregeld." Want het is sneller om het zelf te doen dan om uit te leggen wat er allemaal moet gebeuren. En zo word je, ongemerkt, de enige die weet hoe de winkel draait.
Mental load-drager en uitvoerder
De mental load-drager ziet alles. Ziet dat de auto naar de wasstraat moet. Ziet dat morgen de schoolfoto is en die ene trui gewassen moet worden. Ziet dat de melk bijna op is en dat er nog geen cadeautje is voor het feestje van zaterdag. Het is geen superkracht. Het is gewoon hoe je systeem werkt: constant scannen, plannen, regelen.
De uitvoerder daarentegen doet wat gevraagd wordt. Perfect, met toewijding, precies zoals afgesproken. "Kun je de was ophangen?" Gedaan. "Wil je even boodschappen doen?" Geen probleem, stuur maar een lijstje. En dat is oprecht helpen. Maar het punt is: er moet wél gevraagd worden. De taak verschijnt niet vanzelf op het netvlies.
Voor de mental load-drager voelt dit als een tweede baan. Eentje zonder salaris en zonder waardering. Want niemand ziet de onzichtbare to-do-lijst. Niemand ziet dat jij vannacht even wakker lag om te bedenken of die voetbalkleren nu wel of niet in de was moeten voor donderdag. Voor de uitvoerder voelt het anders: ik doe toch wat je vraagt? Wat wil je nog meer?
En daar zit de wrijving. De mental load-drager wil niet hoeven vragen. De uitvoerder weet niet beter dan dat alles opgepakt wordt dat bekend is. Twee verschillende uitgangspunten. Eén huishouden. Maar wat blijkt? Ze hebben elkaar nodig. De mental load-drager zorgt dat niets wordt vergeten. De uitvoerder zorgt dat de drager niet bezwijkt onder de last. En als de uitvoerder leert om ook te zien en de drager leert om los te laten, ontstaat er ruimte. Ruimte om het anders te verdelen, samen te dragen in plaats van alleen.
Alles-ziener en reageerder
De alles-ziener loopt drie stappen vooruit. Ziet dat er regen voorspeld is en denkt: regenjas meegeven. Ziet dat het donderdag is en bedenkt: vast boodschappen doen voor het weekend. Ziet een volle vuilnisbak en weet: morgen wordt ‘ie geleegd. Het brein werkt als een scanner die continu omgevingsrisico's detecteert en oplossingen bedenkt voordat er een probleem ontstaat.
De reageerder leeft in het nu. Gaat pas bewegen als er actie nodig is. Ziet de regen als ‘ie al buiten staat. Merkt op zaterdagochtend dat er geen eten in huis is. Realiseert zich dat de vuilnis nog binnen staat als de vuilniswagen de straat al bijna weer uit rijdt. Niet uit onverschilligheid, maar omdat het brein alarmeert bij directe noodzaak.
Voor de alles-ziener voelt dit als achter de feiten aanlopen. Alsof je continu de brandjes aan het blussen bent die voorkomen hadden kunnen worden. Voor de reageerder voelt het vooruitdenken van de ander soms als overdrijven. "Het komt toch altijd goed?" En ja, dat klopt ook wel.
De alles-ziener wordt moe van het altijd alles moeten overzien. De reageerder wordt moe van het gevoel nooit goed genoeg te zijn, want er is altijd wel iets dat je niet hebt gezien. Toch hebben ze elkaar nodig. De alles-ziener voorkomt chaos. De reageerder brengt rust in de storm. Want niet alles hoeft van tevoren bedacht. En niet alles kan in het moment geregeld. Samen vinden ze het midden: vooruitzien waar het nodig is en loslaten waar het kan.
Planner en improvisator
De planner wil het liefst alles uitgestippeld hebben. Vanavond al weten hoe morgen eruitziet. Elke zondag een weekoverzicht maken. Niet omdat het moet, maar omdat het rust geeft. Als je weet wat er komt, kun je je erop voorbereiden. En voorbereid zijn is ontspannen zijn.
De improvisator beslist liever onderweg. "We zien wel wat we eten." "We kijken wel hoe het weer is." "We regelen het wel als het zover is." Niet uit chaos, maar uit vertrouwen dat het goed komt. Planning voelt als opsluiting. Improviseren voelt als vrijheid. Het stimuleert de creativiteit.
Voor de planner is dit een ramp in slow motion. Want hoe kun je ontspannen als je niet weet wat er morgen gebeurt? Hoe kun je boodschappen doen als je niet weet wat er gegeten wordt? Voor de improvisator is de planning van de ander verstikkend. Want waarom nu al beslissen over morgen? Morgen kan er zoveel veranderen en kunnen er nieuwe ideeën ontstaan.
De planner voelt zich onzeker zonder plan. De improvisator voelt zich opgesloten mét plan. En toch kunnen ze niet zonder elkaar. De planner zorgt dat er structuur is, dat dingen niet vergeten worden, dat er brood in huis is als de kinderen uit school komen. De improvisator zorgt dat er ruimte blijft, dat je ook kunt inspelen op wat er voorhanden is, dat het leven niet één grote checklist wordt. Samen creëren ze een ritme waarin structuur en vrijheid samengaan.
De taakverdeling van je gezin
Misschien herken je jezelf. De mental load-drager, de alles-ziener, de planner. Of de uitvoerder, de reageerder, de improvisator. Misschien herken je ook de spanning die dat soms oplevert. Het gevoel van "Waarom zie jij dit niet?" Of: "Waarom maak je het zo moeilijk?"
Wat grappig is: dit gaat niet echt over jullie taakverdeling. Het gaat over wat jullie vanbinnen drijft. De één heeft overzicht nodig om rustig te zijn. De ander heeft vrijheid nodig om te ademen. Weer een ander wil kunnen ontwikkelen, of juist harmonie. Ieder gedraagt zich vanuit zo’n behoefte.
Bij The Nine noemen we dat je nummer: jouw natuurlijke manier van kijken, voelen en doen. Er zijn negen nummers. Je kunt er het meest herkenbare gezin ter wereld in ontdekken: dat van jou!
Elk nummer heeft z'n eigen drijfveer voor takenverdelingen en verantwoordelijkheid. De één wil alles perfect en neemt het liefst hierin de leiding. De ander wil dat iedereen zich goed voelt en zegt daarom sneller "ja, ik doe het wel". Weer een ander wil efficiënt zijn en delegeert als een manager. En sommigen willen vooral niet vastgeroest raken in vaste patronen en doen het elke keer anders.
Geen enkel nummer is beter. Elk heeft z'n kracht. En z'n valkuil. Maar zodra je weet wat jouw nummer is, en dat van je partner en kinderen, kun je ineens veel beter begrijpen waarom het thuis gaat zoals het gaat. Waarom jij alles bijhoudt en je partner op instructies wacht. Waarom sommige dagen soepel verlopen en andere voelen als een logistieke nachtmerrie. Het gaat niet om die gymtas. Het gaat om wat een takenverdeling voor jullie betekent.
Doe de test. Ontdek waar jouw manier van taken verdelen en uitvoeren vandaan komt.
Waarom jij alles coördineert of liever uitvoert. Waarom je partner alles vooruit plant of liever improviseert. En het meest interessante: welke nieuwe inzichten helpen je om de takenverdeling beter op elkaar af te stemmen. Ook als je partner écht niet ziet dat de gymtas op woensdag mee naar school moet.
Want eerlijk? Die mental load gaat niet vanzelf weg. Die gymtas blijft vergeten worden. Maar het gevoel dat je er alleen voor staat? Dat kan wél veranderen. Want er blijkt veel meer mee te spelen dan je nu kunt zien.